Schutterij St. Jan, meer dan een eeuw oud
Het plan om een schutterij op te richten ontstond rond het jaar 1900 bij een groep mannen die rond Californië bezig waren heide af te graven en bos te rooien om dit land geschikt te maken voor landbouw. Dat gebeurde ’s winters als het werk op het land stil lag. Dan gingen veel mannen en jongens als seizoenswerker dit werk doen. ”Met aks en schop gingen we de boompoesten en de wirwar van wortels te lijf. Het was met die kou van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een hard labeur,” vertelde Toon Gerrits lang geleden. Bij die groep mannen ontstond de behoefte aan ontspanning. Velen hadden in militaire dienst leren schieten en stelden voor een schutterij op te richten. In Grubbenvorst, een dorpje met 868 inwoners bestond nauwelijks verenigingsleven.
Grad Voesten herinnerde zich (in 1960) dat er zeker 50 mannen op het Marktveld bij de boerderij van Zanders bij elkaar kwamen. Het was zaterdag 30 december 1899. Er werd een stallantaarn aan een bonenstaak vastgemaakt, zodat er licht was, er kwam een anker bier (40 liter), er werd vergaderd en het besluit werd genomen. Na de hoogmis op 31 december 1899.of 7 januari 1900 werd de oprichting van een schutterij een feit. Commandant werd Koenen Thies, waarschijnlijk omdat hij de eerste schuttersweide beschikbaar stelde, nl. de boomgaard van boerderij De Baersdonck. Johannes de Doper werd de patroonheilige.
Schutterij St. Jan is met niets begonnen
De schutterij beschikte in het begin over één buks, gekregen van boer Zanders. Het uniform bestond voorlopig slechts uit een pet.
Twee jaar later kon de schutterij in Venlo echte legergeweren op de kop tikken.
Dat leverde al direct een probleem op: de kogels vlogen over de Maas en kwamen bij Veldense boerderijen terecht. Een nieuw schietterrein werd gevonden bij de huidige E. Dorsstraat. Het schieten werd intussen een serieuze zaak. Er was een reglement opgesteld waar in stond dat iemand die te laat kwam op een oefenavond een grosch ( 6 cent) moest betalen; wie niet kwam, betaalde er twee.
Broederschap
De schutterij wilde zich laten zien bij belangrijke gebeurtenissen in het dorp. Toen de nieuwe burgemeester G. Cremers werd ingehaald in 1902, was de schutterij al direct van de partij.
Broederschap, trouw en dienstbaarheid waren deugden die bij St. Jan heel serieus werden genomen. In 1910 stichtte de schutterij een onderling ziekenfonds. Een lid dat ziek werd en dus zonder inkomen zat, kreeg uit dit fonds één gulden per dag aan steun. Als een lid stierf, werd er 15 gulden uitgekeerd als bijdrage in de hoge kosten van een begrafenis. Een zieke schutter werd geholpen met het binnenhalen van de oogst. Die onderlinge solidariteit stond vanaf het begin hoog in het vaandel.
Verbrand archief
In het oorlogsjaar 1943 werd een Engelse bommenwerper boven Grubbenvorst op de Lottumseweg neergeschoten. Alle zeven inzittenden verloren hun leven. Vele huizen werden totaal verwoest, ook het huis van de secretaris van de schutterij J.A. Boers. Het totale archief verbrandde. Daardoor ontstond veel onduidelijkheid over de geschiedenis van St. Jan.
Dit was ook een groot probleem voor de heer Th. Van der Vijver, die in 2000 een boek schreef waarin de eeuw van schutterij St. Jan is beschreven. Uit dit boek is veel informatie afkomstig voor dit deel van deze website.
St. Jan: een eeuw met ups en down, maar nog steeds springlevend
Het is wel duidelijk dat de Grubbenvorster schutterij een heel actieve vereniging was. Aan alle bondsfeesten werd deelgenomen, steeds met behoorlijke resultaten. In 1914 zou St. Jan dit bondsfeest organiseren, maar door de oorlog ging dit niet door. De schutterijen moesten alle wapens inleveren.
Na de oorlog kwam het verenigingsleven weer langzaam op gang. In 1923 mocht Grubbenvorst het bondsfeest organiseren. St. Jan scoorde goed: een tweede prijs, groot f17,50, was de beloning.
Uniform
In het begin was er van een uniform geen sprake. Alleen een uniformpet werd al voldoende gevonden. Later kwam daar de witte broek bij, de oranje sjerp en de lans. Dat moest elke schut zelf betalen. Volledige uniformering was pas gerealiseerd in 1958. Later kwamen er nieuwe uniformen. In 1970 werd er actie gevoerd om voldoende geld bij elkaar te krijgen om de uniformpet te vervangen. De schutterij ging kerstbomen verkopen. Dat voldeed zo goed dat een traditie was geboren. Daarna gebeurde dat elk jaar. De huidige uniformen stammen uit het jaar 2000. Dit uniform is gebaseerd op het deftige tenue van de infanterie van de Koninklijke Landmacht van eind negentiende eeuw.
GroeiHet aantal leden varieerde heel sterk in de eeuw van haar bestaan. Tot 1950 was de schutterij een kleine vereniging. Daarna kwam er een sterke opleving en thans is het een bloeiende vereniging met ongeveer 80 actieve leden: de manschappen, de commandant, officieren, het koningspaar, de vaandeldrager, vier marketentsters, een tamboerkorps en twee sappeurs.
Vanaf 1967 liepen er bielemannen bij de schutterij voorop, in 1987 werd overgestapt op de sappeurs. Dat waren vroeger de soldaten die als wegbereiders voor de troepen dienden.
St. Jan heeft een eigen tamboerkorps. In 1961 was dit korps opgericht, maar het was geen echt succes. Vier jaar later werden de instrumenten aan de Grubbenvorster harmonie verkocht. Als de schutterij tamboers nodig had, werden die van de harmonie geleend. In 1975 werd opnieuw en nu met succes een tamboerkorps in het leven geroepen.
Een schutterswei vinden zonder klachten van de buurt
De schutterij had in de loop der jaren op diverse plaatsen haar schuttersweide gehad. Die moest steeds na enkele jaren verplaatst worden omdat de grond een andere bestemming kreeg. Zo lag het Reuveld in het schootsveld van de schutterswei. Toen op het Reuveld de uitbreiding van het dorp kwam, moest de schutterswei verkassen. Soms moest een andere plek worden gezocht omdat er klachten kwamen van bewoners die in het schootsveld lagen achter de schietbomen.
Het huidige onderkomen
Uiteindelijk kreeg St. Jan van de heer Timmermans uit Kessel een stuk grond ter beschikking van 850 m2 aan de Californischeweg. Er kwamen twee schietbomen te staan en een golfplaten berghok van 3x3 meter. Enkele jaren daarna werd een derde schietboom geplaatst en daarmee kwamen de bekende problemen weer terug. Bij een daarachter gelegen champignonkwekerij doorboorden de loden kogels de dakbedekking. Er speelde nog meer in die jaren: Het gebruik van loden kogels werd gezien als een ernstige aantasting van het milieu. Tot aan de Raad van State toe werden zaken behandeld die met de Hinderwetvergunningen van schutterijen te maken hadden. De president van het OLS, Lei Stals, noemde het getal van 30 ton lood dat jaarlijks bij schietwedstrijden de lucht in ging. De problematiek werd hoog opgevat. Zou de verplichting aan de schutterijen om dure kogelvangers te plaatsen de doodsteek van het schutterswezen gaan betekenen? Schutterij St. Jan breidde uit. In 1973 werd van de gemeente een directiekeet gekocht en daarmee hadden de schutten een eerste eigen onderkomen.
In 1975 bestond de schutterij 75 jaar. Het ledenaantal groeide. St. Jan mocht het grote bondsfeest organiseren, de koningin beloonde de verdiensten van de vereniging met een zilveren medaille, er werd weer een eigen tamboerkorps opgericht. Bij het OLS werden regelmatig prijzen gewonnen voor de sappeurs, het beste defilé, de beste commandant, het mooiste koningspaar.
Handen uit de mouwen; zelf bouwen
In 1979 werd het besluit genomen zelf te gaan bouwen. In het centrum van Grubbenvorst moest een boerderij plaats maken voor de bouw van een winkelcentrum. De leden van de schutterij sloopten de boerderij, maar zodanig dat alle materialen die voor het eigen clubgebouw bruikbaar waren ter beschikking kwamen voor deze bouw, zoals de pannen, veel hout en 10.000 stenen voor het binnenwerk. Het was een gigantische klus; met Pinksteren 1981 kon het 1200m2 grote, zelf gebouwde clubhuis in gebruik worden genomen. Dit succes mag met gouden letters in de annalen van St. Jan vermeld worden.
Diverse bondsfeesten en overige schuttersfeesten werden op dit terrein georganiseerd. Zo ook het grote eeuwfeest in 2000 waarbij het 100-jarig bestaan werd gevierd; een optocht van wel 75 gilden en schutterijen trok door het dorp en op het feestterrein zelf waren de schietwedstrijden en nevenwedstrijden.
Reislustige St. Jan
In 1990 werd in Rome het Willibrordusjaar feestelijk afgesloten. Willibrordus was 1300 jaar geleden de eerste missionaris in Nederland. Schutterijen uit Limburg, Brabant, Drente, België gingen in november 1990 naar Rome voor een grote manifestatie. De Grubbenvorster schutterij was van de partij. Ook toen er in het Duitse Medembach in 1994 en later in Krakau (Polen) in 1998 het Europees koningsvogelschieten werd georganiseerd waren de schutten van St.Jan erbij.
Marketentsters
De schutterij is een mannenaangelegenheid. Vrouwen schieten nauwelijks, maar ze hebben een prominente plaats in de schutterij als koningin naast de koning en als marketentsters. In diverse Zuid- Limburgse schutterijen hadden de marketentsters hun intrede gedaan, in Grubbenvorst gebeurde dat in 1992. De dames Jeanne Verhaegh- Rievers, Yvonne Wolters- Gommans en Nellie Fermont waren de eerste. Huursoldaten in vroeger eeuwen moesten hun eigen eten zelf zien te organiseren. De marketentsters boden voedsel en drank aan en waren zodoende te vinden waar ook de soldaten waren. De marketentsters van St. Jan dragen in de optocht een tonnetje met drank en een mand met brood en beleg. Hun charme verhoogt de aantrekkelijke aanblik van de schutterij. Ze zien er prachtig uit in hun kleding die geïnspireerd is op de infanterie-uniformen van 1980.
Vervelende problemen
Vanaf ± 2005 breekt er voor de schutterij een moeilijke tijd aan. Door de veranderde milieuwetgeving ontstaan er problemen bij het verkrijgen van een nieuwe milieuvergunning om op het eigen terrein te kunnen blijven schieten. Mede door protesten van omwonenden mag de schutterij van december 2007 t/m juni 2008 zelfs geen gebruik meer maken van het eigen verenigingslokaal. Maar de schutters van St. Jan laten zich hierdoor niet zomaar uit het veld slaan en doen er alles aan om dit verbod ongedaan te maken. In plaats van problemen binnen de vereniging leidt deze situatie zelfs tot nog meer verbondenheid tussen de leden als voorheen. Om toch de schietoefeningen door te kunnen laten gaan kan er gebruik gemaakt worden van de accommodatie van schutterij St. Lucia uit Horst. Door de problemen in 2008 zijn de schutters begin 2009 dan ook al blij met een tijdelijke schietlocatie midden in de bossen op ongeveer 300 meter vanaf hun eigen schuttershof.
Het enthousiasme bij de schutters leidt ook tot erg goede schietprestaties in 2009, zoals o.a. 3 schutters bij de laatste 5 op het bondskampioenschap, een overwinning in zowel de A klasse, de B klasse en de C klasse tijdens de wedstrijden van de schutterscombinatie Noord-Limburg en daarnaast dan nog het hoogst haalbare in de schutterswereld, het winnen van het Oud Limburgs Schuttersfeest op 11 juli 2009 te Neer.
Broederschap, trouw en dienstbaarheid
De schutterij heeft door alle jaren heen midden in de dorpsgemeenschap willen staan. Bij alle optochten en processies was St. Jan aanwezig. Als een van de leden problemen had, kon hij rekenen op hulp van zijn medeschutten. Trouw aan de kerk was voor de schutterij vanzelfsprekend. Toen de Maas overstroomde in 1993 en 1994 en de kelder en de crypte van de kerk dreigden onder water te komen staan, waren het (natuurlijk) de leden van de schutterij die hulp boden. Dag en nacht waren zij toen in de weer en met succes.
Broederschap, trouw en dienstbaarheid zijn geen lege begrippen, maar praktische deugden.
De schutterij heeft al meer dan een eeuw een markante plaats in de gemeenschap van Grubbenvorst.
Geschreven door Peter Relouw en Jo Bongartz
Lees hier de verhalen van de schutters en andere bijzondere personen!

